Nogmaals het zelfhelend vermogen van mensen

Een normaal werkend menselijk immuunsysteem kan zichzelf herstellen.  Ik heb het in mijn leven vaak zelf ervaren en heb het de voorbije jaren ook vastgesteld tijdens mijn verblijf in de psychiatrie, alsook wekelijks bij mijn demente vrienden in het rusthuis.  Schep de juiste relaxerende omstandigheden en in die ontspannen sfeer kunnen ze zichzelf beter maken.  Zaken die helpen zijn muziek, zang, dans en alle andere vormen van creativiteit; alsook niet competitieve sporten.

De Duitse natuurgeneeskunde van Dr. Hamer bevestigt mijn bewering.  Hieronder enkele links over deze arts.

http://www.wanttoknow.nl/gezondheid/hoe-dr-hamer-kanker-genas-en-daardoor-n-paria-werd/

http://tapnewswire.com/2015/08/cured-of-cancer-all-israelis-gentiles-must-die/

Genegenheid en diezelfde omstandigheden en sfeer, kan ook helpen om personen die in hun jeugd beschadigd zijn en daardoor in meerdere persoonlijkheden zijn opgesplitst, opnieuw in één persoon te herstellen.   Dus terug “heel” te maken, vandaar de oude benaming heelmeester.

Advertenties

Artikel dat mijn bevindingen bevestigt.

http://tapnewswire.com/2015/08/holocaust-survivors-trauma-is-inherited/

Elke oorlog zorgt voor trauma’s (inbegrepen psygisch, fysisch of sexueel geweld).  Dit machtsmisbruik kan van generatie op generatie effect hebben.  Triggers zijn, voor zover ik heb kunnen vaststellen: financiële problemen en relatieproblemen.  Meest riskante leeftijdsperiode 36-45 jaar.  Geen wetenschappelijke studie, enkel observatie en een goed geheugen om terug te kunnen gaan in de tijd en zaken die in mijn achterhoofd als vraagtekens blijven zitten zijn, terug op te roepen en de puzzelstukjes leggen.

AANVULLING OP DE VERSCHILLENDE LEVENSFASEN VAN EEN MISBRUIKT KIND

Ik schrijf steeds spontaan, zonder eerst een kladversie te maken en tracht daarbij zo eerlijk mogelijk te zijn. Mijn herinneringen kunnen mogelijk een beetje aangetast zijn door de tijd, maar heel vaak is mijn geheugen heel degelijk.
Ik heb al een overzicht gegeven van de verschillende fasen van ongeveer 9 jaar (zie Sixties Love is een rare vogel) met als afsluiter een periode tussen 36 en 45 die ik de periode van onweerstaanbare dwang noem, omdat wat men in zijn jeugd heeft ervaren wil herbeleven op gedeeltelijk gelijkaardige manier of in spiegelbeeld (waarbij het slachtoffer nu zelf dader wordt). Het is zo dat iemand die in de fout gaat, dit achteraf steeds beseft en probeert dit op een of andere wijze goed te maken, vaak financieel. De ene deelpersoon beseft wat de andere gedaan heeft en dit veroorzaakt zowel bij dader als bij slachtoffer allerlei symptomen die men kent uit de psychiatrie (waar men soms ook terechtkomt of anders bij psychiater of huisdokter met klachten over slapeloosheid, depressie, bipolaire stoornis, borderline, binding- en verlatingsangst,…) De symptomen worden behandeld door middel van medicijnen die het bewustzijn verdoven, maar niet de oorzaken. Of men doet het zelf en verdoofd door alcohol en/of diverse soorten drugs; wat enkel tijdelijk soelaas brengt.

Na de periode van onweerstaanbare dwang volgt een langere periode die nog enkel bestaat uit herstellen van wat fout is gegaan. Vooral juist voor de eindfase, waarbij het geheugen tekenen van aftakeling vertoont (dikwijls rusthuis, al dan niet vergezeld van dementie, alzheimer, parkinson of wat dan ook, waar men blijft piekeren over het verleden als slachtoffer en/of dader) zal men een ruime compensatie voorzien om het aangedane leed te verzachten. Dit kan gaan om een schenking bij leven, of een opname in een testament of nog diverse andere wijzen. Enkele zaken die ik heb waargenomen zijn bij voorbeeld geld dat men verdient heeft door bijklussen niet naar heet gezinsbudget overbrengen, maar bijhouden tot de compensatie fase en dan schenken aan diegene(n) die men in de loop der jaren heeft beschadigd. Of ook zaken schenken zoals een auto, een nieuwe douche, een huis of een zaak overlaten aan iemand die er normaal geen recht op heeft. Dit komt vaak voor bij dienstmeisjes zoals die vroeger bij rijke families verbleven. Wanneer die familie kinderloos was, ging de zaak soms naar de persoon die jarenlang slachtoffer geweest was. Dit bewijst dat altijd het oorspronkelijke kind aanwezig blijft, ook bij daders en dat men voor zijn levenseinde wil goed maken wat men fout heeft gedaan. Het is volgens mij, immers steeds zo dat wie dader wordt, ooit zelf slachtoffer is geweest. Daarom dat ik begrip heb voor wat gebeurt en nooit iemand oordeel of veroordeel. Haat ken ik niet, wel vergeving. Dit laatste is voor een slachtoffer ook de eerste vereiste voor herstel. Omwille van die compensatie heb ik dan ook begrip dat men controle wil houden over de financiën, en dus stel ik me tevreden met contant zakgeld. Als het te krenterig wordt, laat ik me wel even horen en dat helpt meestal.

Niemand gaat uiteindelijk verloren, want we komen steeds terug tot we geleerd hebben om vreedzaam samen te leven. Daarom een tussendoortje van iemand die ons onlangs is ontvallen, in eigenaardige omstandigheden, met een lied dat dit mooi weergeeft:

Als illustratie van die compensatieperiode een verhaal uit mijn jeugd over den Donca, een priester-leraar die zich professor liet noemen en zelfs in de beginperiode van de “clergy dress” zich nog een hele tijd in zijn Don Camillo uitrusting bleef vertonen.
Ik leerde hem kennen op mijn elfde, in de voorbereiding op de plechtige communie. We mochten ons hand opsteken en vragen stellen. Ik was niet akkoord met de erfzonde. Een pasgeboren kind kon geen schuld hebben, want het had nog niets gedaan. In plaats van te antwoorden, wees hij naar iemand achter mij (ik zat bijna altijd op de eerste banken tijdens mijn schooltijd, omwille van mijn kleine gestalte en bijkomend iets te vroeg zitten omdat ik pas op het einde van het jaar verjaar). Ik keek om, om te zien wat er aan de hand was; en toen kreeg ik “ene pees” zoals hij een draai om de oren noemde, want ik had niet mogen omkijken. Een antwoord heb ik nooit gekregen, maar ik wist dat die slag op de kaak slechts een afleiding was. Hij kon geen redelijk antwoord geven en met doorslaande argumenten kan men mij nooit overtuigen. Tijdens het middelbaar was ik zijn beste vriend, want ik gaf steeds de juiste antwoorden zowel tijdens de les, de ondervragingen of examens. Maar inwendig dacht ik totaal anders over oude en nieuwe testamenten, de paus en het Rooms Katholiek geloof; en dat is in de loop der tijden weinig veranderd.
Vorig jaar vernam ik dat “den Donca” overleden was en zijn huis had nagelaten aan zijn huishoudster. Dienstmaagd zal het ooit wel geweest zijn, maar ik vermoed dat dit in de loop der tijden niet zo gebleven is. Een beetje sarcastisch kan ik de mening opperen dat daarom geestelijken vaak met een paternoster opgemerkt worden. Men kan die gebruiken als een soort sneeuwketting of antislipwerktuig om, wanneer de ondergrond te glad wordt, het naar beneden glijden tegen te houden.

Ach, een grapje tussendoor om een zwaar artikel wat luchtiger te maken, kan geen kwaad. Het doet me denken aan die bisschop die een bezoek bracht aan een pastoor die de reputatie had van zeer sober te leven. Hij kwam binnen via een korte gang in de woonkamer waar slechts twee stoelen en een buffetkast stonden. Verder was er een klein keukentje dat het domein was van de huishoudster en een kleine badkamer met douche en toilet. Meer was er niet aanwezig. De pastoor nodigde de bisschop uit plaats te nemen op één der stoelen en zette zich zelf op de andere rechtover de bisschop. De bisschop merkte op dat de pastoor wel heel sober leefde en die antwoordde dat hij met weinig genoegen nam. De bisschop wou wel iets drinken en vroeg zich af waarom er geen tafel aanwezig was. De pastoor riep Melanie om twee glazen en wat miswijn te brengen. De huishoudster kwam met een schaal en een fles uit de keuken, plaatste die op de buffetkast, haalde er twee wijnglazen uit en schonk deze vol. Toen ging ze op handen en knieën tussen de pastoor en de bisschop zitten. De pastoor nam de schaal van de buffetkast en plaatste die op de rug van Melanie. Hij overhandigde een glas aan de bisschop en nam zelf het andere. Ze toosten en terwijl hij aan zijn glas nipte, vroeg de bisschop: “Ik heb nog een vraagje, het probleem van de tafel is nu wel opgelost, maar waar slapen jullie dan, beste man ?” “Och, dan keer ik toch gewoon mijn tafel om”, was het bescheiden antwoord van de pastoor.

Om af te sluiten nog enkele varianten die aansluiten bij het artikel over de levensfasen. Zo heb ik in mijn jeugd meegemaakt dat een nieuw gezin in de straat kwam wonen: een moeder met haar tienerdochter. In het roddelcircuit ging het gerucht dat de vader plots een andere levensstijl had gekozen en na een tot dan normaal huwelijk, vrouw en kind had verlaten om met een man te gaan samenleven. Of dit iets met zijn voorgeschiedenis te maken heeft, weet ik niet; maar aan de verdere levensloop van beide anderen, lijkt me dit erg waarschijnlijk. Aan de ouderdom van vrouw en kind te zien, zal hij vermoedelijk in de tweede helft van de dertig zijn geweest. Een leeftijd waarop ook vrouwen het ouderlijk huis dikwijls verlaten om op eigen houtje te gaan wonen; of ook vaak mannen, die tot dan toe in “hotel mama” verbleven, toch een partner gevonden hebben en huwen.

Een ander voorval dat ik me herinner, is van een jongeman die niet veel van zijn moeder moet weten, omdat ze zonder ingrijpen toezag hoe hij door een oudere broer misbruikt werd. Kennelijk had hij zich voorgenomen om zich nooit meer zo machteloos te voelen, want bij de kleinste wrijving, een opmerking of zelfs per ongeluk tegen hem aan lopen, reageerde hij telkens zeer agressief, terwijl de aanleiding op het oog heel miniem was.
Ook bepaalde handelingen kunnen in het latere leven een “trigger” vormen om bepaalde geconditioneerde handelingen te verrichten. Zo kan een hand op de schouder of in de nek, tijdens bepaalde levensfasen een teken zijn om naar de badkamer of slaapkamer te gaan en te wachten op wat komen moet. Of de schuldenlast die de dader steeds in de schoenen van het slachtoffer tracht te schuiven (“zie je mij niet graag meer” of “het is jouw fout, je moest maar zo schoon niet zijn”) kan soms onbewust reacties veroorzaken. Zo kan het dat men minder mooi tracht te zijn, door overdreven vraatzucht of juist magerzucht; al beklemtoon ik nogmaals dat men de zaken niet mag omkeren. Ook zelfverminking, soms onbewust (want diep verdrongen in de vorm van een tattoo of piercing kan het gevolg zijn.
Als afsluiter wijs ik er op dat een vrouwelijk slachtoffer, omwille van haar biologie als mogelijke drager van nieuw leven en ook omdat bepaalde informatie wordt overgeleverd van generatie op generatie, mogelijkheden bezit die jongens en mannen niet hebben, alhoewel beiden in hun latere sex-belevenis zullen teruggrijpen naar situaties of feiten die vergelijkbaar zijn met de eerste ongewenste contacten op een leeftijd dat men er vaak fysisch nog niet klaar voor was.
Zo kunnen meisjes soms vergeten(?) om de pil te nemen en zwanger raken van een vriend, waardoor ze de situatie thuis kunnen ontvluchten waar ze slachtoffer of ongewilde getuige waren. Of ze kunnen tijdens een huwelijk of samenwonen, besluiten om eerst de verloren jeugd in te halen (soms tegen de wens van de partner in, wat op zijn beurt voor relatieproblemen kan leiden) en dan de pil nemen tot de periode van de biologische klok na 27 jaar. Waar de eerste groep juist kinderen krijgt tijdens een ongevaarlijke periode, waarin nog geen relatieproblemen optreden; kan het bij de tweede groep voorvallen dat de kinderen soms in hun tienertijd komen op een ogenblik dat de relaties vervreemden en dat men uiteengaat. Dan krijgt men soms alleenstaande moeders in een moeilijke financiële toestand, waarbij eenzaamheid en geldtekorten beide juist aanleiding kunnen geven om van het kind gebruik te maken. En een nieuwe partner vinden is moeilijk, want vele mannen schrikken terug van de verantwoordelijkheid voor een kind. Ook een combinatie van beide groepen komt voor.
Vrouwen die op jonge leeftijd huwen, één of meerdere kinderen krijgen en dan aanvankelijk stoppen en dan toch jaren later een nakomertje krijgen. Raar is dan wel dat men dan soms over een liefdeskind praat. Ik vroeg me dan af wat die andere dan waren, tot ik vaststelde wat er mee bedoeld werd. Het bleek niet echt om ouderliefde te gaan, maar eerder een tegennatuurlijke liefde, waarbij men in feite kan spreken van een soort mogelijke voorbedachte rade in de hoop dat het niet nodig zal zijn.
Ook Lolitagedrag kan optreden in de pubertijd, wanneer meisjes op zeer jonge leeftijd misbruikt geweest zijn. Of vrouwen die het verschijnsel kennen, besluiten hun biologische klok voorbij te laten gaan, maar dan wel een partner met kinderen opzoeken omdat ze van kinderen houden. Soms stellen ze dan later vast, dat ze onbewust een paard van Troje hebben binnengehaald. Uit de aard van het misbruik is het duidelijk dat er geen voorspel aan te pas komt en is het normaal dat men dan later zich ook beperkt tot vluggertjes. Ook het feit dat men betrapt kan worden, kan in het volwassen leven oorzaak zijn dat men een kick krijgt van dat risico of dat men “outdoor” wel sexy vindt. Ook het sporen wissen, de kamer verluchten en dergelijke, kan blijvende gewoonten veroorzaken, zonder te beseffen waar de oorzaak ligt. Is het beschadigen door meerdere partners gebeurt, mogelijk van verschillend geslacht, met of zonder geweld, of wordt het kind in kledij gestoken die niet bij zijn aard of geslacht past; zijn allemaal feiten die verantwoordelijk kunnen zijn voor genderstoornissen, SM-gedrag, rape fantasy en zo meer. Het hoeft niet altijd, maar kan wel degelijk. Al deze bijverschijnselen kunnen ook lastig zijn, indien men toevallig een partner heeft die niet beschadigd is in zijn jeugd en juist andere sexuele voorkeuren heeft, die nauwer aansluiten bij wat ooit het oorspronkelijke doel van verschillende geslachten was, namelijk voortplanting en een gezin stichten. Maar meestal zoeken slachtoffers elkaar onbewust op en zo kan een vrouw soms een macho kerel opzoeken om bescherming te krijgen en botst ze keer op keer op iemand die haar mishandelt. Omwille van deze vermelde zaken, aanvaard ik dan ook zonder meer holebi’s, travestieten en transgenders, maar verzoek hen wel om minder aanstootgevend gedrag te vertonen, zeker in gay parades. Dat helpt om beter aanvaard te worden door andere mensen. En als ze een kinderwens hebben, dat ze dan enkel ouderliefde geven en eveneens gebruik maken van een tekort aan pleegouders, of kinderen adopteren die door oorlogsomstandigheden (wezen) en soortgelijke toestanden alleen zijn komen te vallen; eerder dan kinderen voor grof geld te kopen die zonder liefde in laboratoriumomstandigheden zijn gefabriceerd. Dan aanvaardt je ook jezelf en het feit dat ouders van hetzelfde geslacht geen eigen kinderen kunnen voortbrengen. Maar ik laat iedereen in zijn eigen overtuiging. Ik stel enkel vast dat er voldoende kinderen zonder ouders rondlopen en er beter daar eentje van geholpen kan worden. Maar dat is mijn persoonlijke mening.

SIXTIES LOVE IS EEN RARE VOGEL

Eerst een beetje een samenvatting van mijn overtuigingen. Dat wil zeggen zaken die ik intuïtief aanvoel als zijnde zo, maar of dat 100 % juist is, weet ik niet. En het is dan ook niet bedoeling om anderen te overtuigen van mijn gelijk.Ik geef enkel mijn visie om mensen te laten nadenken. Zichzelf overtuigen moeten ze maar zelf doen, dat is mijn taak niet. Maar als je de zin van het bestaan, van ons kort verblijf hier op aarde wil zoeken, vermoed ik dat je wel in de buurt van mijn opvattingen zult uitkomen.

Ik geloof in reïncarnatie in die zin dat ik denk dat we hier elk een taak te vervullen hebben en dat we na de dood blijven terugkomen tot we er in geslaagd zijn onze wereld zo te maken, zoals hij bedoeld was om in te leven. Of we dan terug bijbelse leeftijden zullen bereiken zoals Mathusalem weet ik niet, maar zou best kunnen. Ik zie het alvast als mijn taak anderen te helpen en blijkbaar met al wat ik persoonlijk beleefd heb, hecht ik vooral belang aan mensen die in hun jeugd op één of andere wijze slachtoffer geworden zijn van machtsmisbruik. En als ik kan voorkomen dat de cyclus van generatie op generatie verdergaat, al was het slechts één kind dat door mijn inzet geen slachtoffer geworden is, dan voel ik mijn leven als geslaagd. Pogingen heb ik al gedaan, maar helaas niet echt gelukt. Mensen helpen die slachtoffer geweest zijn, heb ik wel met veel succes bereikt, meestal slechts tijdelijk, enkelen blijvend. Daarom dat ik mijn namiddag in het rusthuis bij mijn vrienden met dementie zolang mogelijk zal blijven verderzetten; hoewel ik af en toe enkele weken onderbreek wanneer ik ter plaatse teveel tegengewerkt wordt. Maar het blijft wel dweilen aan de achterdeur, want deze mensen maken geen nieuwe slachtoffers meer, al weet ik dat enkelen van hen dat wel gedaan hebben. Maar ik oordeel of veroordeel geen mensen, wat ze ook gedaan hebben en zal dan ook geen enkele van hen uitsluiten en aan allen mijn genegenheid geven. Ik oordeel wel over daden van mensen en wat niet goed aanvoelt, zal ik dan ook trachten tegen te houden of de mogelijke daders met argumenten op andere gedachten te brengen.

Ik geloof ook niet in toeval. Ik heb reeds zoveel ongelooflijke toevalligheden meegemaakt, dat ik overtuigd ben dat dit deel uitmaakt van de sturing die we krijgen om onze taak te kunnen volbrengen. Ook de tegenslagen die we ondervinden in het leven, maken deel uit van die sturing. In dat opzicht heb ik meer geluk gehad dan anderen, omdat ik in mijn jeugd vrij goed bespaard ben gebleven van negatieve ervaringen en een opvoeding heb ondervonden die me de juiste normen en waarden heeft bijgebracht. In mijn volwassen leven daarentegen, heb ik wel mijn dosis pech gekend.
Mensen die hun kindertijd beschadigd zijn en vooral deze in de eerste negen jaar, hebben het veel moeilijker. Hun normen liggen anders, omdat ze zeer negatieve ervaringen verdrongen hebben en niet meer dezelfde gebleven zijn. Ze bestaan uit meerdere deelpersonen (ik gebruik bewust niet de termen uit psychiatrie zoals dissociatieve of meervoudige persoonlijkheidsstoornis, bipolaire stoornis en cognitieve ontkenning en wat terminologie er nog in omloop is, omdat ik respect hebt voor iedereen, ook voor eenvoudige mensen die geen hogere studies hebben gedaan en dus probeer ik mijn taalgebruik zo eenvoudig mogelijk te houden, zodat iedereen mij begrijpt). Die deelpersoonlijkheden kunnen soms heel uiteenlopend zijn en compleet tegenstrijdig, zodat de ene persoon niet gelukkig is met het gedrag van de andere. Wat men niet meegekregen heeft in de jeugd, kan men ook niet doorgeven. Zo kan het zijn dat een kind dat misbruikt is, dat soms ziet als een vorm van liefde, wanneer het gebeurt door iemand uit zijn gezin. Anders kan het niet begrijpen dat dit gebeurt door iemand die voor hem zorgt, hem onderdak en voedsel geeft en zo meer. Er ontstaat dan naast het oorspronkelijke kind binnen in hem of haar, een tweede persoon die vindt dat misbruik er bij hoort en voor wie de drempel om het later als volwassene ook zo te doen, lager ligt dan voor het oorspronkelijke maar naar de achtergrond verdrongen kind. Daarnaast is er ook nog (wat ik noem) een zwijgduiveltje aanwezig, want wat het is overkomen mocht het niet verder vertellen en zo komt de omerta of zwijgplicht in een mens terecht. Om het te doen zwijgen (want een kind wil die ervaring kwijt) wordt het gestraft, opgesloten, soms vastgebonden en weet ik wat niet meer. En dat heeft gevolgen voor de rest van het leven. Angst voor kleine ruimten (claustrofobie, liever vijf verdiepingen of meer met de trap afleggen dan de lift te nemen,…), angst om nog vastgebonden te zitten (ik ken er die geen veiligheidsgordel in de auto willen aandoen, zelfs niet met de moderne die meegeven, ook niet ondanks de hoge boeten). Maar ook die gedacchte dat het dan wel een vorm van ouderliefde is wat men ondervindt, kan een aanleiding zijn om in omstandigheden die gelijkaardig zijn (machteloosheid, relatieproblemen, financiële moeilijkheden) hetzelfde door te geven aan de eventuele eigen kinderen. Maar eens men in de fout is gegaan, komt het oorspronkelijke kind te voorschijn dat weet dat het indertijd niet goed aanvoelde en dus kwaad is op de persoonlijkheid die van slachtoffer nu dader is geworden. Men kan zichzelf niet meer aanzien in de spiegel en vlucht weg in iets om dit te verdringen en verdoven (drugs, alkohol, antidepressiva) en men krijgt flashbacks (nachtmerries) van datgene wat men zelf ervaren heeft) Voor zover ik kunnen nagaan heb, toen ik een en ander begon door te krijgen en in mijn geheugen achteruit ging om te zien of ik nog dergelijke toestanden in mijn eigen omgeving of bij andere mensen heb meegemaakt, heb ik de indruk dat het geheugen af en toe probeert de verdrongen zaken te herstellen en gebeurt dit ongeveer om de 9 jaar. Wie voor zijn negen jaar slachtoffer geworden is, lijkt rond het achttiende de eerste herinneringen van de verdrongen feiten te herbeleven voornamelijk in de slaap en een veel groter gedeelte rond 27 jaar. Zeker weten doe ik niet, want de zwijgduivel verhindert om te praten met buitenstaanders. Opdat ik zou kunnen helpen, dient er dus vertrouwen te zijn dat voldoende groot is om niet langer met de traumarugzak te willen verder lopen.

Andere zaken die ik vaststelde, is dat bij vrouwen de volgende negen jaar de biologische klok roept om kinderen te krijgen, maar aangezien vrouwen wel met lotgenoten praten (die ze blijkbaar aan de hand van eigen ervaringen kunnen erkennen, vaak van in de schooltijd; terwijl jongens of mannen liever zich stoer houden en denken dat ze de enige zijn met die ervaring) wordt ook de informatie van generatie op generatie doorgegeven dat het risico bestaat dat men later dader wordt. En om dat te vermijden, opteert men dan maar voor geen kinderen of voor geen vaste relatie; want men beschouwt dit als een soort vloek die niet kan tegen gehouden worden. Ik ben er echter van overtuigd dat wat door misbruik is tuk gemaakt, door genegenheid en liefde kan hersteld worden, als men dat zwijgduiveltje maar opzij kan zetten. Dat is een categorie mensen waar ik zou kunnen helpen als ze dat wensen. Ik neem nooit zelf initiatief en laat mensen zelf die keuze maken. Ik tracht enkel hen te helpen zichzelf te begrijpen door mijn levenservaring ter beschikking te stellen. En al zal het niet altijd zo lopen, ik vermoed dat ik wel in de buurt zit van de feiten. Elk mens is immers een individu en gedraagt zich anders. Zo zijn er slachtoffers die hun ganse leven verbonden blijven met diegene die hen beschadigd heeft tot die komt te overlijden en dan pas hun eigen leven aanvangen. En door het feit dat ze hun ervaringen als een vorm van ouderliefde beschouwen, is het dan ook niet verwonderlijk dat ze die ouder na zijn dood een ereplaatsje geven met een foto in huis, hoe eigenaardig dit ook klinkt.
En ondanks het vooroordeel dat men gevormd krijgt, zijn het niet enkel meisjes die slachtoffer worden (al is dat wel dubbel zoveel als jongens) en zijn het ook niet enkel mannen die daders zijn. En er is ook een verschil naargelang de leeftijd dat het misbruik heeft plaats gevonden. Wie pas in de tienerjaren (de tweede periode van 9 jaar zal ik maar zeggen, om gemakkelijkheidshalve met die leeftijdssprongen verder te gaan, omdat voor mij dat redelijk lijkt te kloppen) geconfronteerd wordt met tegennatuurlijke ouderliefde, dan is dat minder met geweld en straffen, maar eerder met wat ik de naam “liefdeschantage” geef. Ge ziet me toch graag ? Als je me graag ziet, dan sta je dat toch toe. Iets in die aard, want zelf heb ik het nooit ervaren. Maar ik zie dan wel briefjes in huis rondslingeren, of aan het prikbord hangen (ook bij jongens) die op die leeftijd eigenlijk al wat voorbij zouden moeten zijn. Ik hou van mijn mama, mama ik zie je graag, ontelbare keren, is eerder gebruikelijk voor jonge kinderen, maar minder voor grote pubers.

En dan kom ik aan de volgende 9 jaar, de periode tussen 36 en 45. Voor zover ik kan nagaan is dat de risicovolle periode, de periode van onweerstaanbare drang. De midlife crisis waar relaties stuklopen, waardoor men meteen ook minder inkomen heeft, waar de eventuele kinderen geen vast gezinsverband meer kennen, van de ene ouder naar de andere verhuizen voor korte of langere perioden. In die periode ben ik ook bereid morele of eventuele andere steun te bieden, want men is eenzaam, heeft gelijktijdig bindingsangst en verlatingsangst (ook al is dat tegenstrijdig), men heeft noden, maar men slaagt er niet in zich te binden en maakt gebruik (of misbruik) van het aanwezige kind om zijn seksuele verlangens te kunnen voldoen. Hier heb ik reeds een poging ondernomen, maar met tegenstrijdige signalen en zonder vertrouwen lukt dat niet. Het dubbele zwijgduiveltje (bij dader en slachtoffer) heeft me gedwarsboomd, alsook het struisvogelgedrag van de omstaande familieleden, die ook zwijgen en niet ingrijpen, allemaal omwille van de eer van de familie. Als in mijn uitgestoken hand wordt gebeten, moet ik wel loslaten, zeker wanneer uiteindelijk ook het slachtoffer zich in de situatie schikt en me zegt dat hij of zij wel hulp vroeg (voor school, wat helemaal niet hoefde, want intelligentie en kennis was wel degelijk aanwezig; maar toch werd een bijna blanco blad afgegeven), maar dat het enkel pubergedrag was.
Ondertussen zit ik wel met de gevolgen van mijn ingrijpen. Ik zit totaal geïsoleerd. Want men is geconfronteerd met een situatie waar men niet op voorzien is. Blijkbaar is het zeldzaam dat iemand weigert een struisvogel te zijn. Het is wel de gemakkelijkste weg in het leven natuurlijk, opzij kijken en doen of ge van niets weet. Ik voel dat er verschillende kampen zijn: sympathisanten en mensen die angst hebben voor de waarheid, maar allen hebben één zaak gemeen; ze zwijgen.

Nog even over dit zwijgen voor de eer van de familie. Men wijst naar andere culturen, waar soms eremoorden plaats vinden. En dat is inderdaad vreselijk en barbaars. Maar daar kunnen slachtoffers later geen dader meer worden. Is het hier in het westen met die zwijgplicht omwille van de familie-eer dan zoveel beter gesteld. Het slachtoffer krijgt levenslang, want tot het einde van het leven zijn er gevolgen. Kijk maar naar de hoeveelheid slaapmiddelen, antidepressiva en andere roesmiddelen in onze maatschappij.
Voor mij blijft het moeilijk om bevatten, al heb ik begrip voor iedereen omdat ik het Stockholmsyndroom inzie (wie dat begrip niet kent, moet maar even goochelen). Ik ken geen haat en kan vergeven maar niet vergeten, ik weet niet wat jaloezie is en heb ook geen drang naar materieel bezit. Maar ondanks die ingesteldheid, blijft het voor mij moeilijk te begrijpen hoe men een kind kan beschadigen; zeker een eigen kind. Kijk in die heldere kijkertjes, zie de onschuld en het vertrouwen dat het toont tegenover diegene die voor hem zorgt. Als je in de mooie ogen ogen kijkt, die de wereld willen ontdekken en warmte en geborgenheid zoeken; dan moet je toch voldoende vertederd zijn, om die zwijgplicht te doorbreken.

Enkele liedjes die ik opdraag aan alle kinderen, met de wens dat ze een zo prettige jeugd mogen kennen als ik zelf.

Ik hoop dat ik voldoende harten kan bereiken, om alvast op deze manier enkele kinderen te behoeden voor een lot waar steeds meer kinderen mee te maken krijgen, al zal ik nooit te weten komen of dat zo is.

In een volgend artikel zal ik de volgende perioden in een beschadigd mensenleven behandelen volgens mijn beperkte visie, die niet op professionele kennis is gesteund. Maar blijkbaar slagen psychiaters, sociologen, psychologen en andere deskundigen er ook niet in, om de cyclus te doorbreken, dus ik ga verder op mijn intuïtie en volg mijn hart.

MAAK KENNIS MET LOVE

‘k Was deze namiddag gaan wandelen op het olifantenkerkhof. Het is daar rustig en de bewoners storen er zich niet aan als je rookt. Ik liet mijn gedachten gaan over eenzaamheid en het feit dat je zelfs om gezelschap te zoeken, moet beschikken over digitale credits. Ik heb enkel contant geld en wil dat zo houden. Ik kan wel gecontacteerd worden, maar kan niet eens antwoorden. Ik probeer op creatieve manieren dit probleem op te lossen, maar voorlopig zonder succes.
Ook over het feit dat in de entertainment industrie niet veel tedere romantische muziek niet meer te vinden is en de bijhorende videoclips een totaal vernederend zelfbeeld vol vulgariteit oproepen van de vrouw. Terwijl ik juist opnieuw meer respect, waardigheid en achting wil promoten. Liefde kan veel schade tijdens het leven opgelopen, opnieuw herstellen. Echte liefde dan, geen vulgaire seks. Echte liefde en tederheid kan zelfs zonder seks. Wat is ouderliefde anders, wat is naastenliefde ? Ik zie mijn vrienden in het rusthuis graag en schenk hen liefde zonder seks. Mensen geloven daar nog te weinig in. Feminisme en emancipatie heeft weinig verheffing van het vrouwbeeld gebracht. In tegendeel, het heeft het moederbeeld helpen vernietigen door de vrouwen wijs te maken dat ze als de mannen moesten zijn. Terwijl ze daardoor juist moederliefde, gezinsleven en relaties kapot hebben gemaakt. Kijk maar om je heen. Het is zelfs zo krankzinnig dat een jonge moeder die als opvoedster in de kinderopvang werkt, betaald wordt om voor andere kinderen te zorgen en daarvoor haar eigen kinderen naar een crèche moet brengen, waar ze anderen moet betalen om haar eigen kinderen op te voeden.

Ik werd in mijn overpeinzingen gestoord, door iets dat ik een eind voor me uit zag bewegen in de gang tussen de zerken. Iets dat even verder huppelde , omviel en weer moeizaam met een fladderbeweging trachtte zich op te richten en dat herhaalde zich steeds. Toen ik dichter kwam, zag ik dat het een klein vogeltje was dat met open bekje uiteindelijk uitgeput was blijven liggen. Ik bukte me om het op te rapen. Het deed eerst nog een fladderpoging om buiten bereik van mijn hand te komen, maar was te moe en liet zich opnemen. Ik plaatste het in de holte van mijn linkerhand, maar zodanig dat het vrij bleef en zich niet gevangen voelde. Met mijn rechterhand streelde ik zacht het kopje en het diertje werd rustig en kwam een beetje op krachten. Het was een paar honderd meter tot ik weer thuis was. Ik had eerst aan de uitgang van het kerkhof de toiletten binnengestapt om een kraantje met water te vinden, maar er waren enkel toiletten, geen wastafeltje. Doden die moeten plassen, letten blijkbaar niet erg meer op hun hygiëne. Dus maar recht naar huis, continu strelend over kopje en lijfje. Een sigaretje roken onderweg was er niet bij, want ik had beide handen vol.
Thuis gekomen was de eerste deur in de kleine inkomhal van het appartement, aan de linkerkant de badkamer. Ik wou het vogeltje zo snel mogelijk wat water laten drinken. Ik zocht iets dat niet te diep was om wat water in te laten lopen. Het enige dat geschikt was, bleek het kleine plastic bakje waar ik ’s avond wat water in doe, om mijn vals gebit in te plaatsen voor het slapengaan. Het beestje was niet vies van mij, maar het bleek nog niet zelfstandig te kunnen drinken. Het sperde gewoon zijn bekje open toen ik dat in het kommetje plaatste. Ik maakte met het vogeltje in mijn hand een schepbeweging, zodat de onderste helft van het snaveltje gevuld was en kantelde het langzaam en voorzichtig terug achterover. Beetje bij beetje liep het water in zijn keeltje. Het smaakte duidelijk en er kwam wat meer beweging in.
Toen kwam mijn echtgenote kijken waar ik toch allemaal mee bezig was. Ze vroeg of ik gek was om een jong vogeltje mee in huis te brengen, terwijl onze poes Marieke mogelijk wel lust had in zo’n mals brokje. Maar ze heeft ook een hart voor dieren en dus snelde ze naar de keuken waar ze een mijn plastic spuitje van medicijnen of zo gevonden had. Ze had dat nog bewaard van lang geleden toen onze vorige kater Tom, eens een jong konijntje onbeschadigd, in zijn nekvel genomen, mee naar huis had gebracht. Ze zijn samen opgegroeid en hoewel het konijntje los in huis mocht rondlopen en ook in de tuin, heft het pas na een jaar besloten om de vrije natuur in te gaan.
Ik was ondertussen aan het opzoeken welk vogeltje het was. Mijn vrouw dacht aan een jonge kauw, maar ik vond dat de verentekening eerder op een ekster leek, met wit buikje en witte schouderstrepen, alleen de staart klopte langs geen kanten. Die was kort en breed. In mijn boek was een eksterstaart lang en fijn. Het internet bracht oplossing. Ik goochelde jonge ekster en het bijhorende plaatje klopte. Dat onderdeel zal dus nog wat verandering moeten ondergaan.
Ons Marieke was heel nieuwsgierig. Maar ik vertelde dat dit diertje ook een vriendje van de papa was en ze leek me te begrijpen, want er was geen enkele poging om het te pakken, zelfs geen slagbeweging. Mijn vrouw had ondertussen een kartonnen doos bij gehaald en een mengpapje van bruin brood en water gemaakt. Ik had nog een overschot van draad voor een hor liggen en we kleefden dat boven op de doos aan één korte en driekwart van beide lange zijden met stevige kleefband en de rest bleef los en werd met twee korte strookjes papieren plakband die gemakkelijk los en opnieuw vast kan gemaakt worden, zoals een soort deurtje. Ik hoop dat we er in slagen om het groot te krijgen met kattenbrokjes. En dan los laten als het kan vliegen.
Aangezien het liefde was op het eerste gezicht tussen poes en eksterjong en gezien mijn overdenkingen op het kerkhof, noem ik het voor mezelf “love”. “Sixties love” had ook gekund.

Picture 48

IK HEB NIETS TE BIEDEN DAN MEZELF

Soms vragen mensen zich af, wat ik te bieden heb. Moeten ze eens een handje komen toesteken in het rusthuis, dan weten ze het antwoord.
Ik ben een clown die een zonnetje breng onder de mensen. Een sprankje hoop en licht in donkere tijden. Een glimlach waar treurnis heerst.
Ik breng gewoon een lach en een traan.

Anderen vragen eens wat meer te vertellen over mezelf. Maar er zijn al passie- en compassie verhalen genoeg. Toch een tipje van de sluier. Een feitje uit mijn loopbaan. Bij een reorganisatie vroeg de CEO me om de afdeling van een oudere collega er bij te nemen, bij mijn eigen afdeling, zodat hij kon ontslagen worden. Ik heb geweigerd. Twee jaar later vroegen ze hem het tegenovergestelde. Ik heb een halve dag geweend. Ik veronderstel dat hij een minder prettige jeugd heeft gekend dan ikzelf. Ik kan gemakkelijk vergeven, maar niet vergeten. Het laat immers steeds littekens na op de ziel.

Bij elke volgende stap in mijn loopbaan heb ik zo’n verhalen. En dan zijn er ook nog privé ervaringen.

Maar wie echt geïnteresseerd is om ze te horen, moet me maar eens komen opzoeken. Ik ben niet moeilijk te vinden. Woensdagnamiddag heb ik een vaste afspraak bij mijn vrienden op het eerste verdiep. Daar ben ik altijd mezelf. En kan ik contactgegevens uitwisselen. Want ik heb wel een beetje nood aan gezelschap voor de andere zes dagen.